Onderzoek naar toepassen CIPP-liner

“Wat ons in het begin opviel was de onbekendheid over de CIPP-liner”

Tegenwoordig wordt er steeds vaker gekozen om riolen te renoveren in plaats van te vervangen. Onder andere omdat renoveren goedkoper is en minder overlast oplevert voor bewoners en gebruikers van de openbare ruimte. Vandaar het besluit van de regiegroep aan ET Renovatietechniek om onderzoek te doen naar de milieu-impact en de toepassing van een CIPP-liner. Sinds februari van dit jaar zijn studenten Thijs Lubbinge en Marijn Vulkers hier fulltime mee bezig en betrekken IKT, STOWA, TNO en Rioned bij het onderzoek. Zij streven ernaar het rapport op 6 juni 2016 in te dienen.

Thijs en Marijn zitten in de laatste fase van hun studie civiele techniek bij Windesheim te Zwolle. Het ET renovatietechniek, Jan van den Berg van de gemeente Kampen, Bjorn Hendriks van de gemeente Deventer, Marco Finkers van de gemeente Dalfsen, Bart Meijerink van de gemeente Zwolle en Harry Wendt van het waterschap Drents Overijsselse Delta, begeleiden hen bij hun (afstudeer)onderzoek. Dit alles doen we samen, zoals we hebben afgesproken, en gebeurt onder de RIVUS-vlag.

De CIPP-liner

De liner (een soort kous) wordt voornamelijk toegepast uit een polyesterhars in combinatie met een glasvezel. Daarnaast wordt er, in mindere mate, gebruik gemaakt van naaldvilt als vezel, epoxy en vinylesterhars. De diameters van de liners variëren tussen 150 en 1800 mm. Dit is afhankelijk van de staat van de bestaande rioolbuis.

In het kort werkt het als volgt: de liner wordt met een lier de bestaande rioolstreng ingetrokken. Nadat deze aan beide kanten is voorzien van een stop, zodat deze luchtdicht is afgesloten. Vervolgens wordt de kous op druk is gebracht en vormt de liner zich strak tegen de binnenkant van de bestaande leiding. Vervolgens wordt de hars in de liner door Uv-licht of stoom uitgehard. Op deze wijze ontstaat een nieuwe solide buis zonder voegovergangen in het bestaande riool. Na uitharding worden de aansluitingen open gefreesd en kan er weer geloosd worden op het riool.

Duidelijkheid gewenst

“Het ET renovatietechniek stelden de vraag of de CIPP-liner (Cured In Place Pipe) het asbest van de toekomst zou zijn”, vertelt Jan. “Wij konden daar geen antwoord op geven en vonden het van zeer groot belang dat hierover duidelijk kwam. Mede omdat de methode nu jaarlijks veel wordt toegepast en dat neemt alleen maar toe. De toepassing van CIPP-liners is onder andere aantrekkelijk omdat de prijs van de liner per meter een veelvoud goedkoper is dan de traditionele complete rioolvervanging die we in het verleden uitvoerden.”

Tweede leven

“ET Renovatietechniek heeft al verschillende renovatiemethodes onderzocht. Hieruit kwam naar voren dat het renoveren met de liner een goede oplossing was om riolen te renoveren”, vertelt Marijn. “Het relinen wordt nu landelijk grootschalig steeds meer toegepast. Ons afstudeeronderzoek is opgesteld om inzicht in de milieu-impact van de liner te krijgen. We hopen inzichtelijk te krijgen welke invloed de liner heeft op de lange termijn, wat er met het vrijkomende materiaal gebeurt en waar dit terechtkomt. Daarnaast willen we kijken of we de liner in een gerecycled product kunnen verwerken dat deze een tweede leven kan krijgen.”

Eerste resultaten

Over de eerste resultaten van het onderzoek kunnen Thijs en Marijn niet veel zeggen omdat het onderzoek nog niet is afgerond. Vanaf april gaan ze aan de slag met het produceren van een gerecycled product en het openfrezen van de aansluitingen. Daarna kunnen deze deeltjes op grootte worden gekwantificeerd en worden getest op de aanwezigheid van nanodeeltjes. Marijn: “Vanuit de reeds doorgespitte literatuur verwachten we dat er wel nanodeeltjes vrijkomen en dat deze mogelijk invloed hebben op het milieu.”

“Wat ons in het begin opviel was de onbekendheid over de liner. Het wordt steeds vaker toegepast en toch is er weinig bekend over de milieuaspecten”, aldus Thijs.

En nu?

“Voor nu is het zaak het frezen van de aansluitingen in gecontroleerde omstandigheden te simuleren en de vrijkomende deeltjes op grootte te kwantificeren”, legt Marijn uit. “Met deze gegevens kunnen we, voor wat betreft het vrijkomend materiaal dat niet afgevangen wordt, maar wordt gevoerd met het influent richting de zuivering, kijken wat het relinen van één streng/wijk voor impact heeft. Naast de vrijkomende deeltjes gaan we de mogelijkheden onderzoeken voor het maken van een gerecycled product uit verschillende ingezamelde liner.”